Tegenwoordig kun je ongekend veel gegevens over je gezondheid bekijken, als je iets simpels als een smartwatch of smartring draagt. Je kunt je hartslag op elk moment van de dag zien, het aantal stappen dat je zet bijhouden en ook inzicht krijgen in je algehele fitheid, als je dit soort apparaten ook bij het sporten draagt of gewoon bij genieten van de natuur.

Al die data kunnen waardevol zijn om inzicht te krijgen in hoe je lichaam functioneert. Maar wat als je niet op de data kunt vertrouwen? Wat als deze een onrealistisch beeld geven, waardoor je mogelijk het gevoel hebt dat je goed bezig bent, terwijl dat in werkelijkheid nogal tegenvalt.

Deze problemen kunnen in de praktijk voorkomen, omdat de sensordata van wearables (afkomstig van beweging, hartslag en GPS) door een algoritme worden geanalyseerd. Dat algoritme hoeft niet op jou persoonlijk van toepassing te zijn, waardoor je de data mogelijk verkeerd gebruikt of interpreteert.

Daarnaast kan het ook zijn dat in sommige gevallen gevallen de data helemaal niet betrouwbaar zijn. Daardoor kun je er eigenlijk amper conclusies aan verbinden en er dus ook niet goed op vertrouwen.

Met andere woorden: kunnen we wel blindelings varen op gegevens die een smartwatch of een gezondheidsapp je voorschotelen?

“Het perfecte is hierbij de vijand van het goede. Als je niets meet, weet je helemaal niets.”, zegt Frans van der Ouderaa, biochemicus en gezondsexpert van de Leyden Academy on Vitality and Ageing, tegen Business Insider Nederland. “De hartslagmeting is bijvoorbeeld voor 99 procent accuraat, dat is aangetoond. En ook de ECG-metingen van de Garmin - en Apple-apparaten zijn door de Amerikaanse FDA gecertificeerd."

Apple

“De algoritmes komen in het spel als de metingen van bewegingsactiviteit, hartslag, GPS, en zuurstofverzadiging van het bloed vertaald moeten worden naar bijvoorbeeld gebruikte calorieën bij activiteiten zoals fietsen en zwemmen. Hierbij zijn ze nog steeds nauwkeurig”, zegt van der Ouderaa. “Maar waar ze minder goed in zijn, is het meten van slaapactiviteit. Er zijn drie slaapstadia en die kunnen wearables nog niet goed onderscheiden, maar daar wordt aan gewerkt.”

Van der Ouderaa stond aan de wieg van de smartwatch die we nu kennen. Hij was betrokken bij de ontwikkeling van een accelerometer die in drie dimensies heel nauwkeurig beweging en activiteit kon meten.

Frans van der Ouderaa, gezondheidstechnoloog van de Leyden Academy on Vitality and Ageing
Frans van der Ouderaa, gezondheidstechnoloog van de Leyden Academy on Vitality and Ageing
Leyden Academy on Vitality and Ageing

De technologie werd onder meer bij Unilever ontwikkeld. Het idee was om de data van bewegingsactiviteit uit de accelerometer te koppelen aan voedingsadviezen. Dit concept was wetenschappelijk een succes. Deelnemers van een gebruikersstudie bewogen significant meer, maar Unilever wilde het product toch niet verder ontwikkelen. Philips ontwikkelde de technologie wel verder en de hartslagtechnologie van dat bedrijf zit nu in de meeste smartwatches.

Hoe ga je om met data uit je smartwatch?

Als we weten dat de data uit je smartwatch een vrij accuraat beeld geven, dan blijven we nog met de vraag zitten over hoe toepasbaar dit is.

Van de makers van de apparaten krijg je doorgaans maar weinig uitleg over wat bijvoorbeeld de VO2 Max is en wat je daaruit kunt herleiden. Daarbij gaat het in dit geval om de maximale zuurstofinname als je aan het sporten bent.

Ook is het lastig om zelf te achterhalen of de gestelde optimale waardes wel voor jou als drager gelden. Zoals eerder gezegd zijn deze ‘normaal’- waardes gebaseerd op de gemiddelden van veel testpersonen, maar dat wil niet zeggen dat ze perfect bij jou passen.

Volgens Van Der Ouderaa zijn de data zelf niet echt een probleem. Hij stelt wel dat mensen met wearables de gegevens uit hun smartwatch beter over een langere periode kunnen monitoren: “Neem bijvoorbeeld die VO2 Max-meting. Dit kun je in de sportschool met vrij ingewikkelde apparatuur bepalen. En dan waarschijnlijk accurater, maar dat zegt niets over het patroon van jouw VO2 Max. Dat verandert doorgaans niet van dag tot dag, maar als je wekelijkse patroon ineens van 40 of 35 terugvalt naar 25, dan is er echt iets met je conditie aan de hand”, legt hij uit.

Hetzelfde geldt voor de zuurstofverzadiging van het bloed: als deze lange tijd onder de 90 procent daalt, is het tijd om de dokter op te zoeken.

“Over het algemeen kunnen we dus stellen dat de data die je eruit krijgt, eigenlijk wel een goede leidraad vormen voor de status van je gezondheid. Mits je dit over langere termijn monitort en dat is heel goed mogelijk met apps die elke smatchwatch ondersteunen.”

Daarbij komt het voordeel dat als je ineens een opmerkelijke verandering ziet, je gelijk aan de bel kunt trekken bij een arts. Iets waar Van Der Ouderaa zelf ervaring mee heeft:

“Wij dragen samen sinds een jaar of vier thuis een Apple Watch. Mijn familielid controleerde daarmee zelf haar hartslag en ECG, waaruit bleek dat die een beetje onregelmatig was. We zijn naar de dokter gegaan. Die was vreselijk verbaasd dat we zelf met die meting kwamen. Hij heeft onze bevindingen nagemeten met zijn eigen ECG-apparatuur waar hetzelfde uitkwam. Dus nu weten we dat we daar iets aan moeten doen.”

Artsen hebben geen toegang tot je smartwatch

Over de arts gesproken, die kan doorgaans veel meer met data die je met je horloge verzamelt, maar heeft niet zomaar toegang. Hier liggen nog de nodige uitdagingen, want volgens Van Der Ouderaa kunnen artsen niet alleen moeilijk aan de data komen, maar ze zijn ook niet echt toegerust om met data uit wearables te werken. Dat betekent volgens hem niet dat artsen er niets aan hebben. Sterker nog, Van der Ouderaa denkt dat het zeker een toegevoegde waarde kan hebben.

Foto: Garmin
Foto: Garmin

“Een ander aspect van die smartwatch is dat het een dokter een indruk geeft over je gedrag”, zegt Van Der Ouderaa. “Dit wordt bijvoorbeeld al gebruikt bij de cardiologie in Leiden. Die werken met een concept dat ze 'de Box’ noemen. Daar zit een accelerometer, een weegschaal en een bloeddrukmeter in. Op verzoek van de cardioloog gebruiken patiënten die Box een maandje voor en na operaties om coaching te krijgen met betrekking tot hun gedrag en waar nodig kunnen de specialisten bijsturen.”

“Uit kwantitatief onderzoek blijkt dat het gebruik van de Box zo’n 20 procent van de kosten van een operatie bespaart. Mensen gaan beter de operatie in en verblijven daarna korter in het ziekenhuis. Daarnaast hebben ze ook nog een betere levenskwaliteit na de ingreep”, legt hij uit.

Wat betreft wearables is er echter geen gestandaardiseerd systeem waarmee artsen makkelijk inzicht kunnen krijgen. Gelet op de privacywetgeving is dat ook lastig op te bouwen. Van Der Ouderaa voorziet daarom ook niet dat zoiets er op korte termijn zal komen.

Een andere reden voor de trage acceptatie van data uit wearables is dat de hedendaagse gezondheidszorg niet is ingericht op preventie van aandoeningen. Iets wat je met het monitoren van de data uit wearables wel goed kunt doen. “Ziekenhuizen verdienen aan mensen die ziek zijn en kosten om preventie te stimuleren passen niet goed in de financiële plaatjes. Soms zijn er zelfs perverse prikkels in het systeem, waardoor preventie mogelijk moet komen van andere, particuliere ondernemingen”, zegt Van Der Ouderaa.

“Ik zit in twee organisaties die niet dezelfde kant op bewegen. Bij de epidemiologie van het LUMC hebben we een preventieperspectief en daar hebben we dus ook een set biomarkers ontwikkeld die vrij voordelig zijn en die een beeld geven over hoe het vijf of tien jaar later met je gaat en daar waar nodig advies op kunnen geven”, zegt Van der Ouderaa. “Maar de rest van het LUMC zit niet op diezelfde lijn. Om die biomarkers te introduceren in het hele systeem… we praten daar ook wel over met verzekeraars, maar dan krijg je nog niet heel veel tractie”.

LEES OOK: Deze ene oefening helpt je gezond oud te worden, volgens een personal trainer